Net als elk ander vakgebied hebben naaisters ook hun eigen vakjargon. Voor veel mensen die deze woorden voor het eerst horen, klinkt het als Chinees. Klik op onderstaande termen om een beetje mee te spreken in de taal van de naaisters.

De goede kant van de stof is de kant die straks aan de buitenkant zichtbaar is. Wanneer je een stof hebt gekocht met een print, is deze kant makkelijk te herkennen. Bij een effen stof is dit iets moeilijker.

De goede kant bij geweven stoffen

De goede kant van een geweven stof zonder print kies je zelf. Het is hier vaak zo dat de ene kant van de stof een net iets andere structuur heeft dan de andere kant van de stof. Kijk dus voordat je gaat knippen welke kant je het mooist vindt. Zorg vervolgens dat de goede kant bij alle patroondelen hetzelfde houdt, anders kun je achteraf verschillen in structuur gaan zien.

De goede kant bij een gebreide stof

Een gebreide stof zoals tricot of jersey krult aan de randen. Hieraan kun je makkelijk herkennen wat de goede kant is. De rand krult namelijk om naar de goede kant. Krult jouw rand niet? Trek dan een beetje aan de stof, dan gaat de rand vanzelf krullen.

 

Wist je dat: De kant van de stof die uiteindelijk aan de binnenkant van een kledingstuk belandt, wordt ook wel de verkeerde of averechtse kant van de stof genoemd.

 

Wat als je de goede kant niet kunt zien?

Soms is de goede kant van een stof niet heel duidelijk. Bij rekbare stoffen kun je het trucje met de krullende rand gebruiken zoals hierboven omschreven. En anders kies je gewoon lekker zelf!

TIP: Zet bij een effen stof kruisjes met krijt op de goede kant van de stof. Zo weet je altijd wat de goede kant en averechtse kant is.

De zelfkant van de stof is eigenlijk een ander woord voor de zijkant van een lap stof. De rand aan de zijkant van de stof heeft vaak een andere structuur of kleur dan de rest van de stof. Ook zie je wel eens dat op deze rand de merk van de stof wordt gedrukt.

Is dit niet het geval? Dan kun je de zelfkant herkennen op een andere manier: Een stof wordt geknipt van de rol. De kanten waar de stof wordt geknipt, zijn NIET de zelfkanten. Van de 4 randen die een stof heeft, zijn er dus maar 2 een zelfkant.

De zelfkant wordt meeestal niet gebruikt bij het maken van kleding. Omdat deze strook stof een andere structuur heeft dan de rest.

Wat kun je allemaal zien aan de zelfkant?

Op veel stoffen staat er op de zelfkant informatie over de stof, zoals het merk en het materiaal waar het uit bestaat. Soms worden er zelfds de wasvoorschriften op gedrukt. Dit gebeurt voornamelijk bij merkstoffen zoals bijvoorbeeld Atelier Brunette of Elvelyckan Design. Bij stoffen die designers laten ontwerpen voor hun collectie, wordt de zelfkant vaak bedrukt met de print van de stof. Bij deadstock stoffen zie je vaak dus geen aparte print op de zelfkant. Deze bedrukking kun je vaak vinden aan de goede kant van de stof. Zo kun je deze ook gelijk makkelijk herkennen.

Waarom is er een zelfkant?

De zelfkant aan een stof is om ervoor te zorgen dat geweven stoffen, zoals katoen en linnen, niet gaan rafelen. De zelfkant wordt op een andere manier geweven. Vandaar dat ook de structuur van deze rand anders is. Ook bij gebreide stoffen zijn er twee zelfkanten. Hier worden de zijranden voornamelijk gebruikt om mensen van informatie te voorzien.

Wanneer heb je de zelfkant nodig?

De zelfkant heb je nodig wanneer je een naaipatroon op stof gaat leggen. Aan de zelfkant kun je zien of je patroon recht van draad ligt. Je patroon ligt recht van draad als de recht van draad lijn op je patroon gelijk licht aan de zelfkant.

Kun je de zelfkant ook gebruiken?

De zelfkant heeft een andere structuur dan de rest van de stof. Heb je maar net stof genoeg? Dan kun je de zelfkant in de naadwaarde verwerken. Zorg er dan wel voor dat deze aan de buitenkant niet zichtbaar is, anders kan het structuurverschil opvallen. Verder wordt de zelfkant van een merkstof tegenwoordig ook gebruikt als leuk detail om de naad aan de binnenkant van de halsboord mee af te werken. Zo lijkt het net alsof je merkkleding hebt gekocht 😉

Een beleg vind je terug in veel verschillende kledingstukken. Met een beleg werk je deels de binnenkant van een kledingstuk af. Het beleg is vaak van dezelfde stof als de buitenkant. De meest voorkomende plaatsen voor een beleg zijn aan de hals, armsgaten en bij jassen en blazers aan de binnenkant.

Is het beleg een soort van voering?

Nee, het beleg is geen voering. Een voering bedekt vaak het complete kledingstuk aan de binnenkant. Een beleg doet dat maar deels. Vaak wordt een beleg wel met een voering gecombineerd. Neem maar eens een kijkje in een blazer of jas. Dan zul je het verschil snel zien.

Waarom heb ik een beleg nodig?

Een kledingstuk dat is afgewerkt met een beleg ziet er net wat netter uit. Maar daarnaast heeft het ook een belangrijke functie: stevigheid. Dit zorgt ervoor dat de knoopsgaten op een kledingstuk een stuk steviger worden. Het beleg wordt vaak nog extra verstevigd met Vlieseline. Zo is de kans klein dat het beleg gaat scheuren.

Wanneer je je stof dubbel vouwt, ontstaat er een stofvouw. Deze vouw wordt gebruikt bij het uitknippen van patroondelen voor kledingstukken. Vaak wordt een patroondeel maar voor de helft getekend. Neem bijvoorbeeld een voorpand of achterpand. Door dit patroondeel met de aangegeven plekken tegen de stofvouw aan te leggen, kun je een compleet voor- of achterpand uitknippen. De linker en rechter zijde van het pand zullen dan precies gelijk, ofwel symmetrisch, zijn.

Naadwaarde is een extra stuk stof wat je toevoegt aan het naaipatroon. Dit extra stukje heb je nodig om precies op de randen van het naaipatroon te kunnen naaien. Meestal zit de naadwaarde niet inbegrepen bij een naaipatroon.

Moet ik altijd naadwaarde toevoegen?

Nee, je hoeft dit niet altijd te doen. Bij sommige patronen is de naadwaarde al toegevoegd.

Hoeveel naadwaarde moet ik toevoegen?

Hoeveel naadwaarde je moet toevoegen hangt af van de plek op het patroon. In het algemeen kun je uitgaan van de volgende regel:

Overal: 1 cm of 1,5 cm extra. Wanneer je naden afwerkt met een lockmachine, is het het makkelijkst om te werken met 1,5 cm naadwaarde. Werk je naden af met de naaimachien? Dan is 1 cm voldoende.

Bij zomen: Bij zomen neem je extra naad. Ga hier uit van 2 tot 4 centimeter.

Wanneer je gebruik maakt van bestaande patronen waar nog geen naadwaarde aan is toegevoegd, staat er vaak bij de uitleg ook aangegeven hoeveel naadwaarde je moet toevoegen. Er zijn soms ook delen die geen extra naadwaarde nodig hebben. Neem bijvoorbeeld de rand van een patroon die tegen de stofvouw wordt gelegd.

Hoe voeg ik extra naadwaarde toe?

Je kunt dit op verschillende manieren doen:

1. Op het zicht knippen rond het patroon. Deze manier is niet heel precies, maar het wordt vaak wel zo gedaan.

2. Maak gebruik van een zoommaatje of centimeter. Meet tijdens het knippen regelmatig de afstand vanaf het patroon. Zo weet je dat je goed knipt.

3. Teken de extra naadwaarde rond het patroon op je patroonpapier voordat je het patroon uitknipt. Deze methode kost wel wat meer tijd, maar is wel preciezer dan de manieren hierboven.

4. De snelste methode: Maak gebruik van naadtoeslagmagneetjes. Deze magneten zet je op je schaar. Elk magneetje is 0,5 centimeter. Als je drie magneetjes op je schaar zet, kun je mooi knippen op 1,5 centimeter afstand van het patroon zonder dat je steeds opnieuw moet meten.

De meeste patroondelen moeten recht van draad worden geknipt. Maar wat is dat precies en hoe kun je weten wat recht van draad is? En waarom is het zo belangrijk om rekening te houden dat je patroon recht van draad ligt?

Wat betekent recht van draad?

Recht van draad betekent dat je je patroon in de lengte van de stof moet leggen. Doe je dat niet? Dan kan het gebeuren dat je kledingstuk gaat vervormen en daardoor niet mooi valt of gaat draaien en trekken als je het kledingstuk aandoet. Zonde van je werk!

Hoe leg je je patroondeel recht van draad?

Leg het patroondeel op de stof. Zorg ervoor dat de pijl in de lengterichting van de stof wijst. Meet van het beginpunt van de pijl tot de zelfkant van de stof. Meet van het eindpunt van de pijl ook tot de zelfkant van de stof. Als deze afstanden precies gelijk zijn, ligt de stof mooi recht van draad.

Bij rekbare stoffen rekt de stof vaak in de breedte.

Wat als ik niet genoeg stof heb?

Ga niet zomaar patroondelen schuin op de stof leggen. Dit kan voor problemen zorgen omdat je kledingstuk hierdoor gaat vervormen. Maak je gebruik van een rekbare stof, zoals tricot, die zowel in de lengte als de breedte rekt? Dan kun je ervoor kiezen om je patroondeel een kwart te draaien. Bij niet rekbare stoffen zul je altijd het verschil zien.

Veel patroondelen worden recht van draad geknipt. Maar soms gebeurt het dat je een patroondeel schuin van draad moet knippen. Maar wat is dat precies, schuin van draad?

Wat betekent schuin van draad?

Om te weten wat schuin van draad is, moet je eerst weten wat recht van draad betekent. Recht van draad betekent dat je je patroon in de lengte van de stof moet leggen. Doe je dat niet? Dan kan het gebeuren dat je kledingstuk gaat vervormen en daardoor niet mooi valt. Zonde van je werk! Wanneer je een patroon schuin van draad knipt, ligt je patroon in een hoek van 45 graden op de stof, ofwel diagonaal. Patroondelen die schuin van draad worden gelegd bevatten wat meer rek. Dit wordt ook wel biais genoemd. Zo wordt biaisband ook altijd schuin van draad geknipt, vandaar de naam.

Hoe leg je je patroondeel schuin van draad?

Leg het patroondeel op de stof. Zorg ervoor dat de pijl (de recht van draad lijn die op het patroon staat)  in de lengterichting van de stof wijst. Vaak staat de pijl schuin op het patroondeel. Om te meten of je patroondeel goed ligt, meet je precies op dezelfde manier als bij een patroondeel wat recht van draad moet liggen: Meet van het beginpunt van de pijl tot de zelfkant van de stof. Meet van het eindpunt van de pijl ook tot de zelfkant van de stof. Als deze afstanden precies gelijk zijn, ligt de stof mooi recht van draad.

Waarom is biaisband vaak schuin van draad?

Een biaisband zonder rek, dus bijvoorbeeld van katoen, wordt altijd schuin van draad gelegd. Hierdoor staart er minder spanning op de band als je het in een ronde bocht wilt naaien. 

Welke patroondelen zijn vaak schuin van draad?

Wil je een ronde hals of armsgat afwerken? En is deze gemaakt van een geweven, niet rekbare stof? Dan wordt de strook om deze naad af te werken schuin van draad geknipt. Doordat de strook schuin wordt geknipt, wordt het makkelijker om de stof mooi in de ronde vormen te naaien omdat de stof een beetje mee beweegt. Bij rekbare stoffen is dit niet nodig omdat deze vaak al rek hebben in de breedte.

Wanneer je een stof gaat doorstikken, wordt er bedoeld dat je een stof langs de buitenkant een extra stiksel langs de naad geeft. Vaak doe je dit om de naadwaarde vast te zetten. Voor het doorstikken van een stof wordt vaak een langere steek gebruikt. Op jeansbroeken zie je vaak doorgestikte naden. Hier wordt er zelf een dikker garen gebruikt om de naden extra op te laten vallen. Dit garen woord doorstikgaren of siersteekgaren genoemd.

Op welke manier kan je een stof doorstikken?

Je kunt een stof op meerdere manieren doorstikken: met een enkele steek of een dubbele steek. Bij een beleg wordt altijd de naadwaarde in de richten van het beleg gestreken en daarna vastgestikt. Door dit te doen, zorg je ervoor dat er minder kans is dat je beleg steeds naar buiten komt. Wanneer je dit wilt doen, wordt het wel aangeraden om één van de twee naadwaardes korter af te knippen (= uitdunnen van de naden). Anders kan het best een dikke prop stof worden.

Meer leren over duurzaam naaien?

Meld je gratis aan voor de Duurzame Kleding Naaiclub! Een Facebookgroep waarbij ik jou dagelijks leuke tips en inspiratie deel over het thema Duurzaamheid.